Hopi
De weg is onvoorspelbaar. Maar soms ligt hij ook vast. Daarbij maken we zelf bepaalde krommingen. Mijn weg bracht me gisteren naar de Hopi’s. Ik zou en moest een trip in mijn eentje maken. Alleen op weg, op naar het Hopi reservaat. Uiteraard aangemoedigd door de Kings of Leon en meneer Conor Oberst, wiens stem zo goed past bij dit Zuidwesterse landschap. Nadat ik Tuba city was gepasseerd en ik eindelijk in het Hopi reservaat kon afdalen zag en voelde ik onmiddellijk de verandering. Ik was verrast door de schoonheid en het grootse karakter van het landschap. Nee, geen desolaat gedoe zoals de woonomgeving van de Navajo’s, maar een prachtige uitgestrektheid die mijn auto opslurpte. Veel duinen. Ik verwachtte elk moment de zee te zien, maar die kwam niet. Op de radio vond ik een station die Indiaanse liederen draaide. Op de tweede mesa besloot ik een dorp in te rijden. Een mesa is een berg met een platte top en steile, uit puin bestaande hellingen. Een groot plateau. Het bleek een van oudste nederzettingen in het Zuidwesten te zijn. Ruines van steen beschermd door zelfgebouwde huizen. Overal afval. Tenminste, wat wij afval noemen. Dat is voor een Native American niet van belang. Voor hem betekent afval niets meer dan kapotte goederen die de tand des tijds nooit zullen doorstaan. Autowrakken, kapotte tv-toestellen en meubels. Een kleine angst bekroop me want ik was nu echt alleen. Ik was in een territorium waarin ik niets te vertellen had met mijn blanke huid en opgepoetste auto. Een man langs de zandweg bood me zijn zelfgemaakte beeldje van de uil en de zon, die hij net af had, te koop aan. Hij zei de dat de zon a big fellow was. “You have to be strong to rise and fall everyday”. Maar ik weigerde zijn beeld. Ik wilde verder. Omhoog naar de eerste mesa waar Walpi, een van de eerste Hopi dorpjes op me wachtte. Nadat ik verschillende landbouwvelden gepasseerd was, waarop de Hopi nog steeds hun belangrijkste product, mais, verbouwen, klom mijn auto plotseling stijl omhoog. Voor ik het wist reed ik reed ik Walpi binnen. Een groepje vrouwen, zittend in de schaduw, riepen naar me dat ik niet verder mocht rijden en alleen Walpi kon betreden onder begeleiding van een gids. Ik betaalde de 13 dollar en zag dat ik precies op tijd was voor de laatste rondleiding die over een kwartier begon. Maar na 15 minuten was ik nog steeds de enige bezoeker, wat betekende dat ik in mijn eentje mocht plaatsnemen voor een groot houten bureau. Vanachter het bureau vertelde een stoicijnse, maar lieve vrouw me over de geschiedenis van Walpi en de gebruiken van de Hopi. Ik werd overspoeld door de rust die de vrouw uitstraalde. Ook toen ze Walpi liet zien sprak en liep ze in een tempo die ik niet kende. Een kalmte en tevredenheid die onbekend is voor de trein die het Westen heet. Maar het was ook de omgeving van Walpi die me overrompelde. Het dorpje was duizend jaar geleden gebouwd om uit zicht van de vijand te blijven. Door de hoge ligging wordt het omgeven door lucht en verre horizonnen. Tot op de dag van vandaag kent Walpi geen stromend water en elektriciteit. Mijn gids toonde me de kleine stenen huisjes, beplasterd met klei en kleine deuren. Ik zag de kiva’s; gesloten ruimtes waarin men moet afdalen met een ladder en waarin nog steeds rituelen worden uitgevoerd. Ze vroeg me naar mijn leven in Nederland en naar mijn familie. Tot een bepaalde clan behoren is namelijk essentieel voor de Hopi. Ook honden horen daarbij. Ze zijn overal te vinden in het reservaat. In verschillende soorten en maten. Aan het einde van de rondleiding stapten we naar binnen bij een oud vrouwtje die potten aan het maken was. Ze verkocht me een opgerold stuk van groen maisbrood. Ze babbelde opgeruimd in de Hopi taal met mijn gids. Terug bij mijn auto ontmoette ik Roanna die me een van haar beelden wilde verkopen. Ze was intelligent, welbespraakt en enthousiast. Ik kocht de Butterfly man van haar, die transformatie en verandering moet voorstellen. Het was voor mijn reis zei ze, dezelfde reis die me naar Walpi had gebracht. Ze luisterde opgetogen naar mijn redenen voor mijn verblijf in de VS en mijn leven in Nederland. Ze zei dat de Butterfly man me zou leren om vertrouwen te hebben in de onbekende toekomst en dat ik rustig aan kon doen omdat de rest van de wereld al zo snel en gehaast voorbij gaat. Niet bewust van het belang van mijn handeling bood ik Roanna, en haar vriend die ons inmiddels gezelschap hield, een sigaret aan. Dat werd zeer op prijs gesteld. Tabak aanbieden is voor Native Americans een vorm van vriendschap sluiten. De vriend rookte mijn sigaret tevreden op, maar Roanna stopte hem in een plastic zipper. Ze zei dat ze hem voor het slapen gaan zou oproken. Ze zei nogmaals dat het leven een reis was en dat ieders reis anders verliep maar dat elke reis uiteindelijk even belangrijk is. Ze wenste me een veilige terugvlucht naar Nederland en zei dat ik een keer terug moest komen met mijn broer en mijn zus. Daarna reed ik weer naar beneden, op weg naar Canyon de Chelly.
Het land van de Natives is mysterieus en bijzonder. Voor een blanke, Westerse jongeman soms angstaanjagend omdat het een leven resoneert dat waarachtig is. En de waarheid kan je soms hard vastpakken. Zoals de gezangen die ik bij zonsondergang hoorde in Canyon de Chelly en de hond, of de coyote (wat was het?) die jankend van me vandaan rende het donker in.


oktober 21, 2008 bij 2:02 pm
Mooi!