Het Broertje van de Dood

Posted in Uncategorized on januari 13, 2009 by korskibeat


Een man op een paard die zijn beste vriend heeft vermoord. Het hoofd ingeslagen met een stuk steen, waar gaat dat heen?  Jaloezie speelde hem parten. Zijn beste vriend.  Waarom hij? Jaloezie, het broertje van de dood. Hij had ze samen gezien achter de stal, stiekem verscholen achter het rotte hout. Haar arm had ze nonchalant over zijn schouder geslagen en ze had een zelfgenoegzame glimlach op haar gezicht getoverd.  Ze gniffelde zachtjes en zo af en toe ontsnapte een klein schor gilletje haar keel waarna ze haastig haar hand voor haar mond hield. De hand van zijn beste vriend lag op haar achterste.  Het lichaam dat hij zo koesterde, het mooiste dat ooit in dit dorp had rondgelopen. Waarom liet ze hem zo zijn gang gaan met zijn vieze werkhanden, de nagels gevuld met modder. Schrale handen, hoe konden die ooit liefhebben?
Was zij soms zijn handen vergeten? Zijn handen die zich de afgelopen maanden kapot hadden gewerkt voor haar. Geld bijeensprokkelen om samen met haar verder te gaan. Weg van alles, een nieuwe toekomst tegemoet. En nu stond zij daar achter de schuur met die smeerpoets. Haar lach klonk hem hol in de oren alsof haar ziel niet bij de handeling betrokken was. Alsof haar ondergang al reeds was bezegeld en dat zij wist dat hij haar walgelijke actie op dit moment kon waarnemen. Ze snoof met haar neus alsof ze zijn aanwezigheid kon ruiken en tegelijkertijd haar excuses aanbood. De bruut die haar blote rug aan het strelen was zag deze tekens natuurlijk niet, daar was hij te dom voor. Een beest was hij, die ooit, lang geleden uit het klei van dit dorp was getrokken om diezelfde grond voor de rest van zijn leven te ploegen. Plots besefte hij dat hij ondertussen een stukje vanachter de heg vandaan was gestapt. Zijn nieuwsgierigheid had hem naar voren bewogen, zich niet bewust van het feit dat de twee sjacheraars hem wel eens zouden kunnen opmerken. Hij twijfelde of hij op ze af zou stappen. Zachtjes nestelde hij zich weer achter de heg en hij keek met zijn rooddoorlopen ogen door een gat dat precies groot genoeg was om deze foute film te zien. Een bloedhond aan een ketting, kijkend door een camera van deceptie. Zijn trillende handen grepen zich vast aan de twijghoutjes, alsof dit fragiele stukje natuur hem ooit staande kon houden.
Hij dacht aan gisteravond toen zij met elkaar hadden gewandeld richting het fort vlakbij de boerderij van Gerritsen, zoals zij dat meerdere avonden in de week deden.  Elke keer weer begon zijn hart te zingen wanneer hij haar achter de keuken oppikte en haar hand vastpakte, het meest kostbare dat hij ooit in zijn leven had vastgehouden. En hoe zij zich tijdens elke wandeltocht na een tijdje zachtjes tegen hem aan leunde en hem dingen begon te vragen. Wat hem bezig hield, wat hem gelukkig maakte. Telkens weer vertelde hij haar alles. Wat hij voor haar zou doen en waar hij haar zou brengen. Naar de bodem van de oceaan als dat nodig was. Wanneer het niet had geregend gingen zij altijd het fort binnen om zich daar voor een uurtje te nestelen. Dan hield zij haar voeten onder zijn benen en zat zij met een rechte rug, klaar om elk woord op te vangen die hij tegen haar zei. Met de ogen open gesperd, zoog zij de woorden uit zijn mond.
Maar aan al dit moois was vandaag een einde gekomen. Nog nooit in zijn hele leven had hij afscheid hoeven te nemen. Mensen die hij kende liepen soms weg of gingen gewoonweg dood. Daar kwam nooit afscheid aan te pas. Ook nu was hij niet van plan om afscheid te nemen. Voor hem was het slechts een einde dat in zicht kwam. Een einde dat als een donkere sluier voor zijn aangezicht werd neergetrokken. Een diepe duisternis kwam als een trillende bij zijn hoofd binnen vliegen. Het liet zijn oren suizen. De wereld was veranderd in een broeikas waarin zijn liefde eens en voor altijd werd verstikt. De planten waaraan hij zich al die tijd had vastgehouden werden gebroken, verpulverd onder de druk van zijn zweterige handen. Na het zoveelste schelle lachje van het meisje dat ooit alleen om hem had gelachen, stapte hij achter de heg vandaan richting de schuur. Achteraf heeft hij zich niet kunnen herinneren of de twee duivels hem toen al hebben zien aankomen. Niet dat het veel uitmaakt of ze hem toen al hebben opgemerkt of later, toen hij de steen oppakte die naast de composthoop lag en hoog boven zijn hoofd hield als een profeet die van de berg was gekomen om het kwaad te verpletteren. Het geluid van de krakende schedel verbrak de vredige stilte van het platteland en de schreeuw van het meisje die daarop volgde, dreunde door de uiteengestrekte velden en liet de ganzen opvliegen naar betere oorden, op zoek naar plekken waar de aarde nog nooit rood was gekleurd. Hij herkende niets meer in de blik van zijn meisje, in de wijd opengesperde ogen waarin begrip plaats had gemaakt voor angst.
Het paard dat vervolgens uit de schuur werd gehaald en waarschijnlijk deze hele tragedie had aanschouwd, hoefde niet bang te zijn. Het enige wat het hoefde te doen was de bevelen opvolgen van zijn meester, die geen moeite nam om hem te zadelen, maar in een woeste beweging op zijn rug sprong en zijn hielen in zijn lendenen zette. Het enige wat het paard moest doen was rennen. Rennen voor het leven van zijn meester dat nooit meer hetzelfde zou zijn en voor altijd was gebroken samen met de steen die nu op de aarde lag te bloeden.
 
 
 

Thuis

Posted in Uncategorized on november 9, 2008 by korskibeat

Bergen begroeten mij niet meer. De ruimte laat me weer staan met mijn eigen zorgen, slokt me niet meer op. Geen strak blauwe luchten boven mijn hoofd. De grote koepel van sterren heeft zich aan mijn zicht onttrokken, lichtververvuiling, wat moeten we ermee?

Terug in de natte polder, waar alles plat en rechtlijnig is. Er wordt hier niets aan toeval over gelaten. Het zijn de wolken die hier tegen protesteren en met hun grillige bewegingen ons gemoed blijven veranderen. Onze geslotenheid wordt om de zoveel tijd open gebroken door het licht dat tevoorschijn komt: Hollands Licht. Licht, donker, donker, licht. Als doorgewinterde toneelspelers zijn we in staat om met een vingerknip van stemming te veranderen.

Net zoals mijn eigen stemming die elke dag bijgedraaid lijkt te worden door een onzichtbare hand. Ik had graag langer willen blijven. Mijn gestel was net aangepast aan de nieuwe omgeving, maar ik moest terug. Ik had het eenmaal nu zo gepland en bovendien raakte mijn geld op. Maar ik zal niet klagen. Het is ook goed om weer thuis te zijn. Eindelijk kan ik weer mooie momenten delen met de vrienden voor het leven en mijn dierbare familie. “If ever there was someone to keep me at home it would be you”

En nu. Nu moet ik verder. Nieuwe keuzes maken, tijd voor introspectie. Mijn eigen stapjes gaan zetten in de Dans van het leven. Niet zeuren jongen, dans. Want zoals Remco Campert ooit zei: “De wereld swingt als de pest en de rest is het gemompel van bedelaars”.

Hopi

Posted in Uncategorized on oktober 20, 2008 by korskibeat

De weg is onvoorspelbaar. Maar soms ligt hij ook vast. Daarbij maken we zelf bepaalde krommingen. Mijn weg bracht me gisteren naar de Hopi’s. Ik zou en moest een trip in mijn eentje maken. Alleen op weg, op naar het Hopi reservaat. Uiteraard aangemoedigd door de Kings of Leon en meneer Conor Oberst, wiens stem zo goed past bij dit Zuidwesterse landschap. Nadat ik Tuba city was gepasseerd en ik eindelijk in het Hopi reservaat kon afdalen zag en voelde ik onmiddellijk de verandering. Ik was verrast door de schoonheid en het grootse karakter van het landschap. Nee, geen desolaat gedoe zoals de woonomgeving van de Navajo’s, maar een prachtige uitgestrektheid die mijn auto opslurpte. Veel duinen. Ik verwachtte elk moment de zee te zien, maar die kwam niet. Op de radio vond ik een station die Indiaanse liederen draaide. Op de tweede mesa besloot ik een dorp in te rijden. Een mesa is een berg met een platte top en steile, uit puin bestaande hellingen. Een groot plateau. Het bleek een van oudste nederzettingen in het Zuidwesten te zijn. Ruines van steen beschermd door zelfgebouwde huizen. Overal afval. Tenminste, wat wij afval noemen. Dat is voor een Native American niet van belang. Voor hem betekent afval niets meer dan kapotte goederen die de tand des tijds nooit zullen doorstaan. Autowrakken, kapotte tv-toestellen en meubels. Een kleine angst bekroop me want ik was nu echt alleen. Ik was in een territorium waarin ik niets te vertellen had met mijn blanke huid en opgepoetste auto. Een man langs de zandweg bood me zijn zelfgemaakte beeldje van de uil en de zon, die hij net af had, te koop aan. Hij zei de dat de zon a big fellow was. “You have to be strong to rise and fall everyday”. Maar ik weigerde zijn beeld. Ik wilde verder. Omhoog naar de eerste mesa waar Walpi, een van de eerste Hopi dorpjes op me wachtte. Nadat ik verschillende landbouwvelden gepasseerd was, waarop de Hopi nog steeds hun belangrijkste product, mais, verbouwen, klom mijn auto plotseling stijl omhoog. Voor ik het wist reed ik reed ik Walpi binnen. Een groepje vrouwen, zittend in de schaduw, riepen naar me dat ik niet verder mocht rijden en alleen Walpi kon betreden onder begeleiding van een gids. Ik betaalde de 13 dollar en zag dat ik precies op tijd was voor de laatste rondleiding die over een kwartier begon. Maar na 15 minuten was ik nog steeds de enige bezoeker, wat betekende dat ik in mijn eentje mocht plaatsnemen voor een groot houten bureau. Vanachter het bureau vertelde een stoicijnse, maar lieve vrouw me over de geschiedenis van Walpi en de gebruiken van de Hopi. Ik werd overspoeld door de rust die de vrouw uitstraalde. Ook toen ze Walpi liet zien sprak en liep ze in een tempo die ik niet kende. Een kalmte en tevredenheid die onbekend is voor de trein die het Westen heet. Maar het was ook de omgeving van Walpi die me overrompelde. Het dorpje was duizend jaar geleden gebouwd om uit zicht van de vijand te blijven. Door de hoge ligging wordt het omgeven door lucht en verre horizonnen. Tot op de dag van vandaag kent Walpi geen stromend water en elektriciteit. Mijn gids toonde me de kleine stenen huisjes, beplasterd met klei en kleine deuren. Ik zag de kiva’s; gesloten ruimtes waarin men moet afdalen met een ladder en waarin nog steeds rituelen worden uitgevoerd. Ze vroeg me naar mijn leven in Nederland en naar mijn familie. Tot een bepaalde clan behoren is namelijk essentieel voor de Hopi. Ook honden horen daarbij. Ze zijn overal te vinden in het reservaat. In verschillende soorten en maten. Aan het einde van de rondleiding stapten we  naar binnen bij een oud vrouwtje die potten aan het maken was. Ze verkocht me een opgerold stuk van groen maisbrood. Ze babbelde opgeruimd in de Hopi taal met mijn gids. Terug bij mijn auto ontmoette ik Roanna die me een van haar beelden wilde verkopen. Ze was intelligent, welbespraakt en enthousiast. Ik kocht de Butterfly man van haar, die transformatie en verandering moet voorstellen. Het was voor mijn reis zei ze, dezelfde reis die me naar Walpi had gebracht. Ze luisterde opgetogen naar mijn redenen voor mijn verblijf in de VS en mijn leven in Nederland. Ze zei dat de Butterfly man me zou leren om vertrouwen te hebben in de onbekende toekomst en dat ik rustig aan kon doen omdat de rest van de wereld al zo snel en gehaast voorbij gaat. Niet bewust van het belang van mijn handeling bood ik Roanna, en haar vriend die ons inmiddels gezelschap hield, een sigaret aan. Dat werd zeer op prijs gesteld. Tabak aanbieden is voor Native Americans een vorm van vriendschap sluiten. De vriend rookte mijn sigaret tevreden op, maar Roanna stopte hem in een plastic zipper. Ze zei dat ze hem voor het slapen gaan zou oproken. Ze zei nogmaals dat het leven een reis was en dat ieders reis anders verliep maar dat elke reis uiteindelijk even belangrijk is. Ze wenste me een veilige terugvlucht naar Nederland en zei dat ik een keer terug moest komen met mijn broer en mijn zus. Daarna reed ik weer naar beneden, op weg naar Canyon de Chelly.

Het land van de Natives is mysterieus en bijzonder. Voor een blanke, Westerse jongeman soms angstaanjagend omdat het een leven resoneert dat waarachtig is. En de waarheid kan je soms hard vastpakken. Zoals de gezangen die ik bij zonsondergang hoorde in Canyon de Chelly en de hond, of de coyote (wat was het?) die jankend van me vandaan rende het donker in.

Walpi

Walpi

Hopi vrouwen in 1906, gemaakt door Edward S. Curtis

Hopi vrouwen in 1906, gemaakt door Edward S. Curtis

Posted in Uncategorized on oktober 20, 2008 by korskibeat
Op de top van Humphrey's Peak

Op de top van Humphrey

On the Top of the World

Posted in Uncategorized on oktober 20, 2008 by korskibeat

Posted in Uncategorized on oktober 20, 2008 by korskibeat
No Country for Old Men..What happened here?

No Country for Old Men..What happened here?

uitzicht over Arizona

uitzicht over Arizona

Pictures

Posted in Uncategorized on oktober 20, 2008 by korskibeat
Onze Franse en Spaanse zonnestralen

Onze Franse en Spaanse zonnestralen

The King geniet van zijn Budweiser in de Pianobar in Vegas
The King geniet van zijn Budweiser in de Pianobar in Vegas
Op de helft van Humprhey's Peak

Op de helft van Humphrey's Peak

Pictures

Posted in Uncategorized on oktober 20, 2008 by korskibeat
Marco Brianti alias The Godfather

Marco Brianti alias The Godfather

Met supervisor John in Zion
Met supervisor John in Zion
ACE crew how are you?

ACE crew how are you?

mijn lieve tent in Zion National Park
mijn lieve tent in Zion National Park
June denkt dat ie nog steeds in militaire dienst zit

June denkt dat ie nog steeds in militaire dienst zit

Slow night, so long

Posted in Uncategorized on oktober 18, 2008 by korskibeat

Tijd houdt geen rekening met mensen. Nog maar een week te gaan in deze woestijn, genaamd Arizona. Het is nog steeds prachtig herfstweer hier in Flagstaff en ik geniet met volle teugen. De zon op je bol, de wind door de haren en de straten die worden bestrooid met rode, gele en oranje bladeren. Dit alles brengt me in een melancholische stemming. Koffie drinken bij de wasserette en goede gesprekken met Chris, die na Vegas ook verslingerd is geraakt aan Kings of Leon en meteen Because of the Times heeft aangeschaft. En met Anna, de bijdehande meid van Brooklyn die juist weg wil uit Amerika. Het is goed om volgende week weer naar huis te gaan, maar tegelijkertijd weet ik dat ik mijn huidige situatie zal missen. Al de prachtige mensen waarmee ik de afgelopen weken ben mee opgetrokken. Gisteren uit eten geweest in een Thais restaurant met mensen uit mijn huis die ik nog maar twee weken ken. Maar dat maakt allemaal niets uit. Iedereen is geinteresseerd in de ander en voelt zich op zijn gemak.

Nog 1 project te gaan. Vier dagen beulen in Walnut Canyon net zoals de afgelopen week. Walnut Canyon is een peaceful valley vol met cliff dwellings, dat betekent ruines van woningen van duizend jaar oud waarin ooit verschillende Indianenstammen zoals de Hopi en Sinagua hebben gewoond. Deze oertijd is nog steeds voelbaar. Ik stel me voor hoe het moet zijn geweest voor deze mensen om hier te wonen en ik moet zeggen dat ik het ook makkelijk zou kunnen indien het mogelijk zou zijn geweest. Terwijl ik van mijn omgeving geniet volg ik een keihard fitness programma. Zakken cement van 30 kilo de canyon in dragen om deze vervolgens de mixen met water. Per dag moeten we zeker 15 keer heen en weer. Omdat we zo hoog gelegen zijn is de lucht ijl. De eerste dag voelde ik een veschroeiende pijn in mijn longen maar inmiddels heb ik het aardig onder de knie. De afgelopen week campeerden we naast Sunset Crater, een vulkaan van 1000 jaar oud, gelegen naast de San Francisco Peaks. Door de verschillende uitbarstingen, lang geleden, is het hele gebied een zwarte massa bestaande uit zand en lavagesteente. Slapen in deze middle of nowhere met de volle maan die onze campingplaats verlichtte. De nachten zijn nu ijskoud, soms wel 4 graden onder nul maar gelukkig kan ik mezelf goed warm inpakken. En we hebben ook een dag gewerkt in Wupatki, een ander gebied rondom de Peaks. Daar dacht ik echt dat ik in de film No Country for Old Men was beland. Kilometers woestijn zonder een spoor van aanwezigheid van mensen en dieren. Alleen de ACE crew en het ellenlange hek die we moesten repareren zodat het vee (die nergens te bekennen was) niet het nationale park kan betreden. Staande op een grote hoogte met een 360 graden uitzicht verbaas ik me erover hoe het mogelijk is dat het beboste, herfstachtige, vulkanische gebied rondom de San Francisco Peaks plotseling over kan gaan in woestijn, een niemandsland.

Ik moet er nog even van genieten. Deze ruimte, deze persoonlijkheden die ik heb ontmoet. Vanavond naar de bios. Naar Appaloosa, een nieuwe western met Viggo Mortensen en Ed Harris. Ik zie jullie lieve mensen volgende week. Be prepared.

Kus.

staande in de woestijn met de San Francisco Peaks in zicht

staande in de woestijn met de San Francisco Peaks in zicht

Humphrey’s Peak

Posted in Uncategorized on oktober 14, 2008 by korskibeat

Vandaag heb ik onverwacht weer iets vets beleefd. Ik heb namelijk voor het eerst in mijn leven een echte berg beklommen. De ACE staf had dit tripje georganiseerd. Humprhey’s Peak. Het is het hoogste punt van de staat Arizona gelegen in de Kachina Peaks Wilderness in Coconino County, ongeveer 17 km ten noorden van Flagstaff. We hebben de top bereikt na een hike van 7.2 km. De laatste 1.6 km is het enige stukje toendra van Arizona en de top ligt op 3.505 m. Het was vandaag een prachtige, maar koude herfstdag in Flagstaff. De zomer is nu echt afgelopen en de herfst heeft zijn intrede gedaan. Kou is daarvan het gevolg. Maar ook de prachtige Pondarosa bomen die geel en oranje kleuren, de bladeren die naar beneden komen vallen en de prachtige lage zon. Een heerlijk fris klimaat.

Dat ik een Nederlander ben met nul ervaring in hoogteverschillen was vanaf het begin duidelijk. De lucht was ijl en de hike was loodzwaar. Gelukkig ging iedereen kapot. Het voelt alsof je stomdronken bent. Je bent duizelig, je wankelt op je benen en bij elke stap omhoog lijkt het alsof je honderd kilo aan je lijf hebt hangen of alsof je een oude vent van 80 bent. Daarnaast is een berg enorm misleidend. Telkens denk je dat je aan de top bent, maar elke keer opnieuw word je bedrogen en moet je nog een half uur verder klimmen. Om de tien minuten moest ik stoppen om naar adem te happen. Een kleine misselijkheid die me parten speelde. Sommige mensen konden niet meer verder en waren gedwongen om naar beneden terug te keren. Gelukkig bereikte ik na 3 uur de top en had ik een geweldig uitzicht over de hele staat Arizona. In het noorden kon ik het begin van de Grand Canyon, die andere gigant, nog net zien. Aan de top was het ijskoud. Maar gelukkig heeft een berg ook altijd een zijde (welke is het ook alweer, loef of lij?) dat uit de wind ligt. Daardoor konden we even genieten van het uitzicht en onze lunch, om vervolgens weer af te dalen, ieder in zijn eigen tempo. Alleen door de naaldbomen, overal spechten die ijverig de bomen betimmeren.

Morgenochtend moet ik weer vroeg op om te gaan werken. Gelukkig heb ik ditmaal een project van tweemaal 4 dagen. Dus 4 dagen werken, 3 dagen rust en daarna weer 4 dagen werken. Ik ga naar Walnut Canyon, vlakbij Flagstaff. Het is geen National Park maar een National Monument. Niet zo groots en bekend als de andere dingen die gedaan heb dus. Maar volgens andere vrijwilligers schijnt het een prachtige plek te zijn. Wat voor werk ik daar ga doen weet ik niet precies. Maar Walnut staat bekend om zijn historische rotswoningen, honderden jaren geleden gebouwd door de Sinagua indianen. Hopelijk ga daar iets mee doen. Ik heb er in ieder geval zin in. Helemaal als het weer zo mooi blijft.

Take care.

Humphrey's Peak

Humphrey